Navigatie Link overslaanHome » Nieuws » Nieuwsarchief » B&W Stede Broec: Reactie op regiovisie GS  

B&W Stede Broec: Reactie op regiovisie GS

donderdag 15 januari 2009

Aan de leden van de raad Stede Broec
 
 
 
 
Geacht raadslid,
 
Het college van burgemeester en wethouders heeft zich hedenochtend beraden op het concept Regiovisie bestuurlijke organisatie Westfriesland.
 
Allereerst betreuren wij de procedure die is gevolgd m.b.t. de verzending van de stukken maar stellen ook vast dat Gedeputeerde Staten hiervoor excuses hebben aangeboden.
 
Op 13 januari hebben Gedeputeerde Staten van Noord-Holland hun regionale visie op een bestuurlijke toekomst voor Westfriesland vastgesteld. Het betreft hier een concept met het verzoek om in februari/maart 2009 met de gemeenteraden in overleg te treden over deze conceptvisie. Door de gemeenteraad moet in een schriftelijke reactie worden vastgesteld:
a)    of kan worden ingestemd met het regionaal eindbeeld t.a.v. Westfriesland;
b)    op welke termijn en via welke weg men dit eindbeeld denkt te kunnen bereiken;
c)    welke ondersteuning in dit verband van ons college wordt gevraagd.
 
Ons college stelt allereerst vast dat m.b.t. de probleemanalyse is vastgesteld dat er een gedifferentieerd beeld bestaat tot de slagkracht die de gemeenten in Westfriesland hebben.
In die zin bestaat er bij ons college begrip voor de wens van de gemeenten Andijk en Wervershoof om op te gaan in een groter geheel. Ons college is van oordeel dat elke verzet daartegen thans moet worden opgeheven nu duidelijk is welke regiovisie het provincie- bestuur op de indeling van Westfriesland heeft. Wij tekenen daarbij wel aan dat met dit standpunt van Gedeputeerde Staten een patstelling is ontstaan voor de gemeente Enkhuizen. Voor dat gevolg acht ons college zich echter niet verantwoordelijk nu deze gemeente zich ook had kunnen aansluiten bij de fusie Andijk/Wervershoof/Medemblik.
 
Ons college stelt voorts vast dat de argumenten waarmee het standpunt van Gedeputeerde Staten wordt onderbouwd om te komen tot zgn. meer robuuste en slagvaardige gemeentelijke organisaties een herhaling is van eerdere zetten. Termen als kwetsbaarheid, effectiviteit, doelmatigheid, transparantie, bestuurlijke drukte en slagkracht zijn argumenten die al jarenlang in zijn algemeenheid worden gehanteerd. Hoewel in eerdere discussies m.b.t. herindeling nog wel eens aantallen werden genoemd m.b.t. zgn. ondergrens wordt in dit beleidsstuk niet meer over aantallen inwoners gesproken.
 
Als gekeken wordt naar de strategische opgaven van de regio -zoals verwoord ook in het provinciaal streekplan en zoals ook mede onderschreven door de Westfriese bedrijvengroep- moet worden vastgesteld dat op bijna alle punten die in deze strategische opgave worden genoemd op buitengewoon goede wijze wordt samengewerkt tussen de gemeenten in Westfriesland en het provinciaal bestuur. Er is nauwelijks verschil van inzicht als het gaat om infrastructuur, verbetering en bereikbaarheid en ontsluiting van bedrijfslocaties, bevorderen van toeristische mogelijkheden, het herstructureren van bedrijventerreinen, concentraties van glasbouw op projectlocaties en het behoud van groene open ruimtes etc. etc. Op bijna alle onderdelen van dit beleid bestaat overeenstemming tussen de gemeenten over de toekomstige situatie.
Wij bestrijden dan ook het oordeel van Gedeputeerde Staten dat de huidige samenwerking te versnipperd is en te weinig resultaten oplevert. Met klem spreken wij tegen dat de resultaten van de samenwerking een optelsom vormen van individuele ambities. Het gaat hier om algemene termen die door Gedeputeerden Staten op geen enkele wijze worden onderbouwd.
 
Ook indien de regio wordt opgesplitst in vier gemeenten zullen vormen van samenwerking noodzakelijk blijven op al dezelfde gebieden die thans door Gedeputeerde Staten worden genoemd. Ook dan zijn er samenhangende problemen op het gebied van mobiliteit, infra- structuur, ruimtelijke ordening, milieu en economische ontwikkeling. Ons college is van oordeel dat de ontwerpvisie –zoals deze thans is gepresenteerd en onderbouwd of anders gezegd niet specifiek is onderbouwd- geen reden is om afstand te nemen van hetgeen in ons collegeprogramma is verwoord.
 
Ons college is van oordeel dat de gemeente Stede Broec ook op de langere termijn voldoende slagkracht heeft op alle terreinen om zelfstandig te kunnen voortbestaan. Nu ook bij de gemeenten Opmeer, Koggenland en Drechterland voor zover bij ons bekend niet de urgentie van een herindeling wordt gevoeld, is ons college van oordeel dat een mogelijke dreiging van een gedwongen herindeling van de nodige kanttekeningen  moet worden voorzien.
Wat ons college betreft is er geen aanleiding het collegeprogramma op dit punt te herzien.
Het is aan de gemeenteraad om over de conceptvisie zelfstandig te beoordelen.
Ons college geeft de raad door middel van deze brief een handreiking om tot dat oordeel te komen.
Wij wensen u en uw fractie succes bij uw oordeelsvorming.
 
 
Stede Broec, 14 januari 2009.